home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | 5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht. punt.nl

 

Carmiggelen
Taal | voorstellen | 27 Juni 2007 | 23:35:35
Het woord Carmiggelen is nergens te vinden, in geen enkel woordenboek of pseudo woordenboek. Het is slechts een, door de bezitter van deze weblog, verzonnen woord. De betekenis van dit uniek verzonnen woord stelt in het geheel weinig of niets voor. Dit is anders met de naam en persoon waar aan dit woord zich ontleend heeft. De schrijver Simon Carmiggelt ( 7 oktober 1913- 30 november 1987 ) heeft vele werken op zijn naam staan die de Nederlandse literatuur enorm verijkt heeft en de lezers daarmee vele plezierige uren heeft geschonken. De man stelde zich peinzend aan de zijlijn en beschreef de tekort komingen van de mens in melancholieke humor. Dit deed hij op eigenwijze met de ironische zinswendingen. Dit alles beschreven in fijnzinnige verhalen met tragikomische trekjes. Deze kleine verhaaltjes met een  humoristische ironie, gestoelt op kleine leugentjes, vervormingen en onwaarheiden noem ik Carmiggelen. Daar ik, in mijzelf de ironie en melancholie herken leek het mij een leuk idee om een log te gebruiken onder de naam Carmiggelen. Ik zal ver van de genieuze wijze van schrijven van Simon staan, maar ik ga proberen in het schrijven van mijn verhaaltjes, meningen, mijmeringen, opinie in de vorm van prozaatjes, te groeien en mij zelf te verbeteren. Verwacht van mij geen taalpuristische kunststukjes, want deze zullen nimmer verschijnen. Eerder zal ik de lezers verblijden met vertellingen uit de losse pols. Dat neemt niet weg dat ik gaarne reacties wil ontvangen om te lezen of mijn hersenspinsels kant en wal raken, zodat ik kan meten dat ik op de goede weg ben of dat ik terug op mijn schreden moet.

In ieder geval wens ik de lezer veel plezier met mijn Carmiggelen.

Louis

reacties 30 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 844

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.

Ver. T.H.B.v/h D.V.D.H. (slot)
Taal | Verhalen | 09 Februari 2010 | 21:31:36
 
 De oprichting van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld (en andere respectabele hoofddeksels).
 
De voorlopige voorzitter liep met een rood doorbloed hoofd door de gangen en besloot zijn opwinding te delen met de frisse buitenlucht.
Met forse tred bewandelde hij het hoogpolige tapijt in de uitgestorven ontbijtzaal van het tot schande gebrachte etablissement.
Zijn blik stuurs en boosaardig vlotte hij naar de openstaande tuindeuren en wapperde de lange banen vitrage weg uit zijn gelaat.
Pas na het bereiken van het bordes stopte hij voor de balustrade, stak zijn beide duimen in zijn vestzakken, links en rechts, pufte wat oude boze lucht uit zijn longen en zoog verse, verkwikkende zuurstof zijn longblaasjes in.
‘Dekselse blaaskaak’ mopperde hij zachtjes voor zich uit.
‘Beschamend om zonder hoofdbescherming in potten en pannen te peddelen’.
Dhr Berkelmans wiebelt wat op zijn bal van de linker voet.
Ook wiebelt hij wat op de bal van zijn rechter voet.
Zo wiebelde en zoog hij een tijdje en bedaarde hij van de aanvaring met de hoofddekseloze chef de cuisine.
Hij besloot, in het hoofd opgeklaard en de bloeddruk weer op normaal niveau, maar eens te kijken of het voorlopige omgezet kon worden naar het permanente.
Wederom omdraaiend op zijn hakken zette hij de pas wederom door de ontbijtsalon, daarna door de ruimte die gebruikt werd voor het diner, maar alleen voor hooggeplaatste personages met een flink gevulde portemonnee.
Met nog steeds de duimen in de vestzakken liep hij door de openstaande deuren van dit vertrek, goed oplettend niet weer de zelfde fout te maken en weer in aanvaring te komen met het opgeblazen hoogstandje van een pannenlikker.
Na nog wat kleine dwalingen naderde Dhr Berkelmans de vergaderruimte waar zijn voorlopig bestuur van de “vereniging voor het bevorderen voor het dragen van de hoed in het straatbeeld”.
Met een licht trilling van zijn rechterhand, die inmiddels was los gelaten door de vestzak, drukte hij de deurklink neder.
Met een verwachtingsvolle blik trad hij de ruimte binnen en op dat moment stonden alle leden van het voorlopige bestuur luid klappend op.
 
Als door een wonder bescheen een fel licht het gelaat van Dhr Diederick van Hoed.
De gordijnhaken ratelden tegen de gordijnrails bij het open trekken van de raamdecoratie.
‘Op staan lieverd’ zegt een lieve stem.
‘Nog even en je komt te laat bij de hoedenmaker en de kostuummaker voor je trouwpak’
Nog slaapdronken stapt Diederick met z’n bloten voeten op het verkoelende zeil en loopt richting zijn aanstaande.
‘Goede morgen schat’ en hij kust haar op de wang.
‘Nog een paar dagen en dan wordt Juffrouw Komen mevrouw de Hoed’
Juffrouw Komen knort liefjes en kust hem terug.
‘Ik heb een goede naam voor onze winkel’ fluistert ze in zijn oor.’
‘Nou laat horen’ zegt Diederick al vechtend met zijn pantalon.
‘ Hoed en Komen u tegemoet’
 
Louis
 

zie: groepslog.punt.nl
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 29


IJsbloemen
Taal | mijmeringen | 05 Januari 2010 | 21:26:33
 
‘Wat ziet uw raam van de schuur er uit’ zei een van mijn nichtjes die een middagje op bezoek was en ervoor naar de televisie had gekeken tegelijk wijzend naar het betreffende raam.
‘Dat zijn ijsbloemen’ vertelde ik haar.
‘Wat zijn dat ijsbloemen’ vroeg zij.
‘Dat zijn bloemen die groeien op ramen door de kou’ was mijn antwoord met de bedoeling iets pedagogisch uit te lokken.
Want het gebeurt niet vaak dat ik de wijsheid heb om een onderwerp onderwijzend tot een goed einde te brengen.
Maar met haar antwoord ‘Oh’ werd deze in de minuscule kiem gesmoord en keek zijn weer naar de televisie waarop een van de achterlijke tekenfilms te zien was met van die rare figuren die niets menselijks hadden en haar aandacht vast hield.
Ik probeerde het nog met haar te vertellen dat dit verschijnsel vroeger vaak voorkwam in de winter maar ze keek gepassioneerd naar het beeldscherm.
Omdat zij haar aandacht nodig had voor wat uit het digitale kastje kwam en zichtbaar werd op mijn oude breedbeeldtelevisie zag ik mijn kans schoon om buiten in de kou een pijpje op te steken.
Ik sloop via de keukendeur de tuin in en zocht een beschut plekje.
Mijn pijp was al op voorhand gestopt dus met een beschermde hand voor de pijpenkop ging het vlammetje richting tabak.
Zo lustig van de tabak genietend dwaalde mij ogen af naar het met ijsbloemen versierde schuurraam.
‘Ja dit zie je niet zovaak meer’ sprak ik in mijzelf.
En wellicht door de opkomende nostalgische herinnering stond ik onbedoeld in mijn schuur.
Met mijn pijp in de mond stond ik te kijken naar het raam vol met magische bloemen.
Ik zette mijzelf neer op de opgestapelde tuinstoelen en mijmerde naar vervlogen tijden.
Tijden van strenge vorst met dagenlang schaatsen en elke dag ijsbloemen op de ramen.
We konden als kinderen er mooie tekeningen van maken door met de nagel in het raamijs te krassen.
Met het omhulsel van een balpen bliezen mijn broer en ik gaatjes in het ijs en gaven de tekening meer licht.
 
Met mijn pijp tussen de kaken sta ik op en begint met mijn nagel over het raam te krassen.
Een beetje wiebelend trek ik een lijn van links naar rechts tot het midden.
Dan gaat de nagel naar beneden een beetje scheef en dat herhaal ik in gedachten van rechts naar links.
Een horizon met een schuine weg staat op het raam.
Ik kras wat door, bomen, bosjes en een soort van dorpscontour ontstaat op het raam.
‘Nu blazen’ spreek ik in mezelf en ga op zoek naar een balpen of iets waar ik doorheen kan blazen.
De gereedschapskist wordt onderworpen aan het onderzoek, alle laden loop ik na.
‘Wat zoekt u oom?’ vraagt mijn nichtje die blijkbaar de interesse van de tv is kwijtgeraakt en mij is komen zoeken.
‘Een balpen of een dunpijpje waar ik doorheen kan blazen, een rietje is ook goed’ mompel ik al doorzoekend afwezig tegen haar.
‘Zijn deze ook goed’ vraagt ze en als ik mijzelf omdraai zie ik haar handje vol met viltstiften.
Mijn ogen beginnen te twinkelen,’Ja deze zijn uitstekend’.
En ik pak een van de stiften aan waarna ik driftig het dopje van de bovenkant probeer eraf te krijgen.
‘Waarvoor heeft u het nodig oom’ vraagt ze.
Ik wijs naar het raam van de schuur waarop ik getekend heb.
‘Pemig wat mooi’ zegt ze en wilt met haar vinger over het ijs gaan.
‘Nog niet kleintje’ zeg ik en houd haar tegen.
‘Ik zal je laten zien hoeveel plezier we konden hebben van een raam met ijsbloemen’.
Nog steeds murmel ik aan de viltstift om het afsluitdopje eraf te krijgen.
‘U moet aan de punt draaien’ zegt ze en klimt op de stapel tuinstoelen.
‘Kijk zo’ en gezeten als op een troon toont ze mij hoe ik het moet doen.
De punt is makkelijk te verwijderen en de inktstift glijd er snel uit.
Alleen moet het bovenste dopje er nog wel af om te kunnen blazen.
Ik vertel haar wat de bedoeling is en dat de viltstift omhulsel eigenlijk niet bruikbaar is als het dopje er niet af kan.
‘Snijden’ zegt ze met zeer korte bewoording.
‘Maar dan gaat de stift kapot en droogt ze uit’ leg ik uit.
‘Ik heb er toch genoeg want ik heb een boel van sinterklaas gekregen en deze zijn bijna leeg’.
Met dit aanbod van haar zaag ik een klein stukje van het uiteinde van het kokertje.
Ik zet deze aan mijn mond en begint zachtjes er doorheen te blazen tegen het raam.
De ijsbloemen verliezen hier en daar hun adembenemende betovering omdat het door dooiwater glad wordt en weer snel aanvriest.
‘Wat doet u het goed oom, mag ik ook eens?’
‘Natuurlijk geef maar een stift’ en binnen geen tijd heeft zij ook blaaspijpje.
Met z’n twee blazen we zachtjes tegen het raam en maken met onze nagels de tekening nog mooier.
Zij maakt te zon en ik enkele wolken.
Er komt een soort van koe in de wei en ik maak er een hek om heen.
Ik teken een kerk in de horizon en zij aan de andere kant een moskee inclusief de maansikkel.
Als we even later vanuit het kamervenster met een warme kop chocolademelk naar het schuurraam kijken zien we ons kunstwerk langzaam vervagen door de zon die de ijsbloemen doen smelten.
‘Wat jammer’ zeg ze met een bruine snor van de melk.
‘Morgen is het raam weer vol gegroeid’ zeg ik.
‘Vol gebloeid’ verbeterd ze mij.
‘Ja’ zeg ik ‘ vol gebloeid’.
 
Louis

zie: groepslog.punt.nl
reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 117


Ver. T.H.B.v/h D.V.D.H. (7)
Taal | Verhalen | 01 November 2009 | 22:07:56
 
De oprichting van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld (en andere respectabele hoofddeksels).
 
De voorlopige bestuursleden keken de Dhr Putjes verbaasd aan.
Zelfs Mevr Putjes staarde haar man met koortsige ogen aan.
‘Je hebt gelijk’ zei ze tegen haar man,’het zijn duistere tijden voor het hoofddeksel en we moeten er gezamenlijk wat aan doen, maar om de voortreffelijke Heer Berkelmans een lichtend voorbeeld te noemen?’
‘Is hij dat voor ons en de rest van de gemeenschap dan niet?’ vroeg Dhr Putjes en zijn blik ging het gezelschap rond.
‘Het is niet mis te verstaan dat u dat vind Meneer Putjes’ nam Dhr Diederick van Hoed het woord.
‘Dhr Berkelmans is een overweldigende spreker’ en hierbij keek Diederick van Hoed op zijn beurt de aanwezigen aan.
‘Ja dat is hij’ bevestigden alle aanwezigen.
‘Hij heeft een doel voor de samenleving in het algemeen en de vereniging in het bijzonder’ ging Diederick verder.
‘Ja dat heeft hij’ zeiden allen.
‘Zijn scherpzinnigheid en opmerkzaamheid is groot’ sprak Diederick de grote woorden met een crescendo.
‘Ja dat is’ crescendeerden de anderen.
‘Wel nu aanwezigen, waarom dan zo gedraal, waarom alleen opmerken dat Dhr Berkelmans een lichtend voorbeeld is!
Niet alleen beschijnt hij ons pad, neen niet alleen dat maar ook houd hij ons wakker en waakzaam als het over de hoed gaat en het hoofddeksel in het algemeen.
Dhr Berkelmans is de persoon om ons te leiden, een aanvoerder is hij in deze belangrijke strijd.
Om zijn woorden vrijelijk te gebruiken, het straatbeeld is verloederd, verguist en verpauperd enkel en alleen omdat het hoofddeksel niet meer in zwang is.
Om dit tij te keren heeft hij het voortouw genomen en wij, wij dralen en komen niet tot een beslissing om deze voorlopige voorzitter, voorzitter te maken zodat al het voorlopige naar het  permanente gekeerd wordt.
Wij denken aan winsten als het hoofddeksel weer het straatbeeld domineert’ en Diederick keek hierbij Dhr en Mvr Putjes aan.
Met rossige wangen keken ze elkaar beschaamd aan.
‘We moeten nu beslissen, voordat hij terug komt’ opperde Mevr van Komen.
‘U heeft mooi gesproken en ons weer op het doel gewezen’ ging zij verder.
Allen bezonk even in een serene stilte om het gesprokene te laten bezinken.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 45


Opgedrongen smetvrees
Struikelingen | 12 Oktober 2009 | 21:27:31
 
Onverwachts worden er drie flaconnetjes tussen mijn stapels met papieren op mijn bureau gekwakt.
‘Wat moet ik hiermee’ vraag ik aan mijn vrouwelijke collega die de schuldige is van deze deponage.
‘Da’s voor de Mexicaanse griep’ zegt ze en wilt doorlopen.
‘Ho, ho’ houd ik haar staande, ‘wat moet ik er mee, opdrinken of zo iets’.
Met een ongeloof in haar ogen staart ze mij aan.
‘En ik wil trouwens geen Mexicaanse griep, dus neem die flesjes maar weer mee’ beveel ik haar.
‘Het is tegen de Mexicaanse griep slimmerik’ zegt ze en haar rechter wenkbrauw trekt ze met deze woorden sexy omhoog.
Ze loopt verder en deponeert op elk bureau een drietal flaconnen.
Ik besluit met de drie indringers en ruimte opslokkers eens kennis te maken en bekijk de flesjes.
Alle drie behoren ze tot de familie van desinfecterende middelen zie ik van respectabele afstand.
Toch verschillen ze van elkaar.
Een heeft een pompje, de ander een verstuiver en de laatste een soort van schenkdop met een vernuftig ontwikkeld lipje met een gaatje dat omhoog geklikt kan worden.
Met enige argwaan pak ik een van de flaconnetjes op, die met de verstuiver.
“Desiflex” lees ik, desinfecterende vloeistof voor toetsenborden, computermuizen en telefoons.
Op een volgende “ Antides” het flacon met de schenktuit kan ik lezen dat de inhoud een gel bevat dat het bureaublad bacterie vrij houd.
Als ik het laatste flesje onderzoekt, met een inhoud van desinfecterende gel dat de handen zonder water en zeep virusloos kan houden hoor ik een luid genies.
Mijn waarde flacon rond strooiende collega proest haar neus schoon.
Ik staar naar mijn flaconnetjes die ik stuk voor stuk in de handen gehad heb en kijk de collega weer aan.
‘Taco’s gegeten gisteren’ zeg ik laconiek.
‘Ha, ha’ is haar antwoord en ze gaat verder met uitdelen van haar cadeaux.
De anti-infectie middelen storen mij in het werk, ik krijg er rare gedachten over.
Alles wat ik aanraak krijgt een ziekelijk tintje.
Zelfs de zeeppomp op de bedrijfstoilet is vervangen door een speciale antiflu inrichting.
De papieren handdoekenmachine werkt op afstand.
Even wapperen met de hand en het velletje rolt met een mechanisch geluid uit het apparaat.
‘Alles goed en wel’ denk ik, ‘de deurklink moet toch weer naar beneden anders kom ik niet verder’.
‘En is de cirkel weer rond’ speel ik met de flu gedachte verder als ik mijn telefoon oppakt als deze luidruchtig begint de tuten.
‘En nu helemaal’ als ik op verzoek van de stem in de hoorn enkele toetsen van de computer indruk.
‘Nu is er geen speld meer tussen te krijgen’ schiet mijn gedachten verder al wrijvend over het bureaublad.
De spinsels in mijn brein krijgen de overhand en verzorgen mijn angstige griepienes.
Ik pak het spuitflaconnetje en sproei rijkelijk op het toetsenbord, telefoon en muis.
Neem daarna het flesje met de schenktuit en giet wat middel op het bureaublad.
Reikend naar een papierendoekje dat virusvangend op een stapeltje een bureau verder ligt, stoot ik de flacon met de handgel om waar ik zojuist het dopje van afgedraaid had om even te ruiken of het inderdaad zonder alcohol was.
Als ik na enige moeite het papierendoekje te pakken heb en ik terugzwenk naar mijn eigen bureau ontwaard mij een schuimende en sissende massa desinfecterende bende.
Het borrelt tussen de F1 tot en met de Del toets.
Mijn muis lijkt tot leven gewekt en glibbert met kleine flitsjes.
Het vanochtend met zorg door de schoonmaak gepoetste bureaublad vertoond groene slijmerige snot wat zich dreigt vast te bijten in de fabriekslak.
‘Hier komt één papierendoekje niet van pas’ mompel ik neem een kleine sprint naar het bureau met de grote stapel doekjes.
Ik ruk deze van het bureau en begin driftig mijn werkplek te ontdoen van alles wat enigszins desinfecterend er uit ziet.
De flaconnetjes belanden in de prullenbak.
Het toetsenbord wordt bedekt met doeken en onderste boven gelegd over de prullenbak.
Glibberend wordt de muis in doeken gewikkeld en in bij de hand zijnde doos gegooid.
Met veel doeken begin ik alles wat schuimt, glibbert en groen besnot is te redden wat er te redden valt.
Ik ben net lekker bezig als de telefoon gaat.
Als in een reflex pak ik de hoorn van de haak en druk deze tegen het oor.
‘Met…….Getver de getver’ en kwak de hoorn weer neer.
Naast mijn oor hoor ik gesis en geschuim en als door een bij, wesp, muscito gestoken ren ik naar de toiletruimte.
Alle antiflu regels ten spijt, ik overtreed ze, vlieg ik naar binnen en stort mij op de wasbak en de zwaar geïnfecteerde kraan.
Als ik na mijn schoonmaak beurt terug kom op kantoor tuut de telefoon nijdig.
Met doeken maak ik de hoorn schoon en neemt op.
‘Zeg wat was dat nou’ hoor ik boos de stem van mijn baas.
‘Tja’ zeg ik ‘ik had mij vergist in het juiste flaconntje’.
‘Het juiste wat?’ vraagt hij.
‘We hebben sinds vandaag van die rare desinfecterende flaconnetjes, voor ieder apparaat eentje.
En ik had de verkeerde gebruikt voor de telefoon.’
‘Ja en?’
‘ En toen schuimde mijn oor’ verklaar ik.
Het is even stil en daarna toetert een luid gelach in mijn oor.
‘Och dat heb je met dat opgedrongen smetvrees van tegenwoordig’ probeer ik door het gebulder uit te komen, ‘ je lijkt wel een poetsvrouw tussen de bedrijven door.’
‘Smetpoetsvrouwhouw’ hoor ik nog net voordat de verbinding verbroken wordt.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 105


Ver. T.H.B.v/h D.V.D.H. (6)
Taal | Verhalen | 07 Augustus 2009 | 21:12:04
 
De oprichting van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld (en andere respectabele hoofddeksels).
 
Dhr Berkelmans was lichtelijk bekomen van de dreigende aanval van Dhr Geelwortel en hapte nog wat naar adem, schraapte zijn keel en kneep een beetje met zijn ogen.
‘De geur van uw verrukkelijk ruikenden stampot van de Brassica oleracea var. Laciniata, lokte mij uw niet afgeschermd domein in’ zei hij nog steeds met geknepen ogen.
‘Mijn in vervoering gebrachte neus bracht mij in een extase waardoor ik niet besefte waar ik was’ ging Dhr Berkelmans verder.
‘Dat is de reden dat ik de durf had door te lopen en dat ik een gesprek voer met een ontkokmutste chef de cuisine’ beëindigde hij zijn korte rede en met een aristocratische beweging van zijn pink wijzend naar de zijkant van zijn hoofd.
De beide heren keken elkaar in de ogen en wilden na een korte tussenpozen tegelijk weer het woord nemen.
De letter en woord happende strijd werd gewonnen door Dhr Berkelmans.
Hij vervolgde.’Het is hoogst onhygiënisch en een bacteriële aanslag op de kunst die u uitvoert.
Nu ik u zo aanschouw wint de drang om mijn gezondheid te beschermen het van de heerlijke geur van mijn geliefd gerecht en zal ik in deze hoog aangeschreven etablissement nimmer een vorkje prikken.’
Dhr Berkelmans draaide zich na deze duidelijk terechtwijzing en beslissing op zijn hakken om en verliet de keuken om zijn weg te vervolgen naar het lokaal waar de voorlopige leden van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld nog steeds in bezinning waren.
 
‘Wat blijft die voortreffelijke man lang weg’ verbrak Mvr Putjes voorlopig penningmeesters het gezamenlijk stilzwijgen.
‘Hij bezint zich natuurlijk op de belangrijke omzetting van het voorlopige naar het permanente’ fluisterde Mvr van Komen voorlopig Algemeen bestuurslid en lobbyiste tot het bevorderen van het dragen van de hoed met blozende wangen van het denken.
‘Het is mij klip en klaar dat hij ons lichtend voorbeeld kan zijn in deze duistere tijden zonder hoofdbescherming’ deed Dhr Putjes een poging de beslissing vlot te trekken.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 43


Tuinstoel en schilderen
Taal | Struikelingen | 23 Juli 2009 | 22:25:50
 
Niets vermoedend van het drama wat zich zou voltrekken zit ik te genieten van het eerste zomerzonnetje dat weelderig ons terras beschijnt.
Een fonkelend glas rosé  kleurt de tafel roze en van tijd tot tijd een slokje nemend kom is steeds beter in het verhaal van het boek dat ik lees.
Er is geen vuiltje aan de lucht en dramaloos.
De zon begint brand neigingen te vertonen en om niet te verbranden ga ik schuiven met de tuinmeubelen.
Als alles wat meer in de schaduw staat neem ik weer plaats in de uitnodigend plastic tuinfauteuil.
Met een luide krak, klap ik door de stoel die net nog solide in de zon heeft staan blakeren.
Jaar in en jaar uit, zomer en winter heeft de stoel heerlijk van de buitenlucht kunnen genieten.
Heeft zij ons plezier geschonken op zwoele zomerse dagen en avonden.
Net nu de zomer begint geeft zij de geest.
Geschrokken en verbaast staar ik naar het wat het ooit was.
‘Wat gebeurd er’ komt mijn vrouw naar buiten.
‘De stoel, de stoel’ stamel ik.
En we staren er samen naar, wellicht met weemoed.
Deze straffe actie van de tuinstoel had grote gevolgen voor haar tweeling broer.
We hadden besloten een nieuwe set te gaan kopen en daar paste hij niet meer bij.
Helaas kreeg deze actie nog een staartje met andere grote gevolgen.
 
Na winkel in en winkel uit, het is nogal moeilijk een passend setje op de kop te tikken zo laat in het seizoen, stonden we eindelijk oog in oog met een clubje tuinstoelen die ons wel aanstond.
‘Dat zijn ze’ zei mijn vrouw.
‘Ja die nemen we’ zei ik gehaast.
Zo snel mogelijk wilde ik een einde maken aan het gewinkel omdat ik dit niet als mijn hobby beschouw.
Mijn vrouw zag dit anders en zag haar kans schoon.
‘Laten we nog even gezellig shoppen’ was haar besluit en ze keek mij aan met een blik dat zij de beslissing genomen had en er geen speld tussen te wrikken was.
Als een naar een woonmall meegesleurde echtgenoot op een drukke zondag terwijl een belangrijke voetbalwedstrijd gespeeld wordt sjokte ik achter haar aan.
Weer winkel in en winkel uit.
In een klein shopje vol met prularia,waarin ik mij een olifant in een porseleinkast voelde, aangekomen wees ze mij op een mooie ets van een jachttafereel.
Ik hou daar wel van dus de beurs werd getrokken om het aan te kopen en snel een einde te maken aan mijn marteling.
 
Thuis gekomen had ik meer oog voor het schilderij dan voor de nieuwe tuinstoelen maar de vrouw besliste eerst deze uit te pakken en onder het genot van een drankje een mooie hangplek te bepreken voor de ets.
Na enkele glaasjes rosé ging de kogel de kerk door.
De ets had de hele livingroom al gezien maar kwam goed tot zijn recht tegenover de bank.
Aan die muur hing al een enorm verjaarde, modernloze reproductie dus die moest van de wand.
Nu is het gewoon dat na verwijdering van zo’n object de muur altijd laat zien waar wat gehangen heeft, dus ook nu.
‘De muur moet geverfd worden’ hoor ik mijn vrouw zeggen.
‘wil je het gewoon wit want ik heb nog een bus’ vraag ik haar in de hoop dat ze ja zegt.
Met haar hoofd schuin kijkt ze naar de muur.
Ze neemt een stapje achter uit met nog steeds haar hoofd ietsjes schuin.
Met haar rechter hand krabbelt ze bedenkelijk op haar achterhoofd en dat ken ik.
Het zal geen wit worden is mijn vermoeden.
‘Ik denk dat het zelfde rood als in de eetkamer de ets goed ondersteund’ denkt ze hard op en ik weet dat zij gelijk heeft.
‘Het maakt de kamer wel kleine’ waag ik een kansje.
Nog de zelfde middag sta ik tussen de meubels in de kamer te rollen en te kwasten.
De muur wordt roder en roder en de kamer kleiner en kleiner maar wel mooier.
Als ’s avonds, na wat gekissebis de klopboor door de muur gaat en even later de ets hangt plof ik buiten in de zwoele avondlucht voldaan in de tuinstoel.
Mijn vrouw schenk mij een wel verdiend kop koffie in en komt er gezellig bij zitten.
Om het genieten van de koffie te vergroten reik ik over de tafel naar een van mijn pijpen en verschuif hierbij mijn stoel.
Met een klap schiet ik die dag voor de tweede keer door de stoel op de grond.
Voor de tweede keer sta ik geschrokken op en bekijk de ravage.
Wat dommig sta ik te staren terwijl ik achter mij gegrinnik hoor en het uitschuiven van wat een verse stoel blijkt.
‘ Grapje’ giechelt mijn vrouw onder het neerzetten van een nieuw gekochte tuinstoel.
‘ Deze kan naast de andere bij het vuilnis’ lacht ze minzaam.    
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 62


Ver. T.H.B.v/h D.V.D.H. (5)
Taal | Verhalen | 29 Juni 2009 | 22:05:14
 
 
De oprichting van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld (en andere respectabele hoofddeksels).
 
Met snuffende neus bereikte Dhr Berkelmans de schoon geboende deurposten van de keuken.
Daar de voorbereidingen in volle gang waren en er geen, naar de verrukkelijke creaties van Dhr Geelwortel smachtende klanten de zaal bezette, stonden de deuren wijd open.
De neusvleugels van Dhr Berkelmans wapperde in de lucht, gelukkig dat ze vast zaten aan de bolle wangen en jukbeenderen anders was het een gewapper van jewelste en het gezicht van de statige man zou er raar uitzien, en snoven de luchten gewillig op en in het bijzonder de boerenkoolstamp.
Voetje voor voetje, stapje voor stapje, kwam de voorlopige voorzitter van de vereniging dichterbij.
Geheel in extase betrad hij het domein van Dhr Geelwortel die tot dus ver geconcentreerd tussen de bereidingstafels heen paradeerde.
De nog steeds in extase verkerende voorlopige voorzitter schuifelde steeds verder de keuken in maar stootte heel zachtjes met zijn linkervoet tegen een metalen afvalbak dat aan de rechterkant van de kopse zijde van een van de vele bereidingstafels stond opgesteld.
Het ding was pas geleegd waardoor het een hol nagalmend geluid maakte.
Ondanks de bedrijvigheid in het domein van Dhr Geelwortel en het vele getingel en getongel, oversteeg het volume van de afvalbak de vriendelijke voorbereidingsgeluiden.
‘Stop en wacht’ brulde Dhr Geelwortel op het moment dat het luide geluid van de lege afvalbak zijn oorschelp binnen drong en het trommelvlies van zijn gehoororgaan deed trillen.
De stijgbeugel en aanbeeld transporteerde het verder.
‘Stop en wacht’ gilde Dhr Geelwortel nog eens en zwiepte met een grote lepel in de lucht.
Met de zwiepende beweging draaide hij in de richting van de verplaatste afvalbak.
Zijn brigade draaide, zonder te zwiepen met iets van keukengereedschap, dezelfde richting op.
Dhr Geelwortel keek naar de afvalbak en daarna naar de tafel.
En toen zag hij de voorlopige voorzitter staan naast de afvalbak en de werktafel.
‘Wel voor de drommel durft u zich te dringen in het hart van dit gerenommeerde hoog aangeschreven etablissement? Brieste hij gevaarlijk zwiepend.
En met deze woorden stormde hij als het ware op de indringer af.
Dhr Berkelmans normaal goed bespraakt stond nu sprakeloos, nog steeds een beetje leunend, tegen de afvalbak en de tafel.
Voordat hij bijgekomen was en zijn mond open wilde doen omdat juiste woorden hem te binnen waren geschoten was Dhr Geelwortel hem tot op zijn neus genaderd.
‘Wel wat doet u hier, spreek en u zal uw vege lijf kunnen redden’ met deze woorden zwiepte hij zeer gevaarlijk met de enorme lepel.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 71


De Mof
Taal | Verhalen | 22 April 2009 | 21:47:00
 
Ze kwam aangeschuifeld met een grote groene gieter in haar rechter hand.
Door de ongelijkheid van het grindpad schommelde ze een beetje en verlor daardoor plonsjes water dat uit de gieter klotste.
Met een zucht kwam ze naast mij staan en zette de gieter neer.
‘Hij leg hier pas drie maanden en het ziet er alweer niet uit’ sprak zij meer tegen het grote rechthoek van aarde waar wat verwelkte planten uitstaken.
Het klonk eigenlijk meer bestraffend naar degene die onder de losse aarde lag omdat de planten niet in de gaten gehouden werd.
En inderdaad oogde het armoedig en onverzorgd.
De oude vrouw zonk op haar knieën nadat ze zo’n handig tuiniers kniekussentje uit haar Blokker tas had gehaald.
Het prijsje zat er nog aan zag ik.
‘Erg handig zo’n zacht ding’ zei ik tegen haar.
‘Twee euro negenennegentig’ antwoordde ze en begon jeugdig te schoffelen met een mini schoffel.
Ik startte met het rooien van overleden planten die de winter niet overleefd hadden en gooide ze langs het smalle gangetje naast  het graf van mijn ouders.
Twee maal per jaar kwam ik er en twee maal per jaar plantte ik nieuwe gezellige plantjes.
Sommige hielden het vol, anderen lieten het van tijd tot tijd afweten.
‘Het is gek hè meneer’ begon de vrouw tegen mij al wrijvend over haar voorhoofd en daar gelijk een donkerbruine streep achterlatend.
‘Er wordt gezegd dat men tegen planten mot praten, dan groeie ze.
Alles wat ik in de grond stop hiero gaat dood, dus zal het wel kloppen.’
Verbaast keek ik in de oude troebele blauwe ogen van haar.
Ze begon te schateren zoals oude vrouwen kunnen.
‘Alle dooien zeggen niks dan groeit er ook niks’ en ze sloeg van pret op haar oude knietjes.
Ik glimlachte tegen haar en ging de grond met de mee gebrachte hark te lijf.
Bijna te gelijk begon mijn buurvrouw en ik aan het planten van vers perkgoed.
Toen alle fleurigheid gepoot was en rijkelijk van water voorzien stonden we naast elkaar ons werk te beoordelen.
‘Zal ik nog een gietertje water halen, kunnen we de stenen wat op wrijven?’ vroeg ik haar.
Even later waren we druk bezig de stenen weer glanzend te poetsen.
‘Zes en tachtig jaar is tie geworden’ zei ze met haar gerimpelde handen over elkaar.
‘Hij hebt een pracht leven gehad en ik ook.
Maar ja, u ken het wel, altijd hard gewerkt en dan wil de rikketik het opeens gaan begeven.’
Ik knikte tegen haar om kenbaar te maken dat ik het begreep.
‘Maar toch een hele mooie leeftijd’ zei ik.
‘Mijn vader is maar zeven en zestig geworden, u kent het wel, maar dan het K woord.’
‘Uw vader heeft ook de oorlog meegemaakt zie ik’ ging ze verder met het gesprek.
‘Ja, ze zijn uit het zelfde jaar’ merkte ik op de data vergelijkend die op de stenen stonden.
‘Och, de oorlog.
Wat had hij een hekel aan Duitsers.
Moffen noemde hij ze, de rest van zijn leven.
Toen onze dochter, toen ze nog jong was, eens op vakantie naar een zomeroord in Duitsland ging was het huis te klein’.
Haar lippen krulde zich omhoog en haar van ouderdom moeide ogen begonnen te twinkelen.
Ze had waarschijnlijk toen ook pret gehad.
‘Je gaat niet naar Mofrika, liep tie dagen lang door huis te briesen’ ging ze verder.
‘Als jij die Nazigrens overgaat kom je er niet meer in.
En dat had hij niet moeten zeggen’ en haar ogen werden aan deze herinnering weer mat.
‘Een dochter die trouwrijp is en verkering heeft moet je dit soort dingen niet zeggen.
Ze is gegaan meneer en niet meer in huis gekomen, en dit allemaal om de Moffen haat.’
Ik vroeg haar of ze wel contact had met haar dochter.
‘ Och ja meneer, ze woont dicht bij, want later zijn ze naar hiero gekomen.
Maar hij’ en ze wees naar de steen ‘ hij moest er niets van hebben.
Geen Mof in mijn huis.’
Ze schikte hier en daar nog wat de plantjes goed en aaide vol liefde de steen.
‘Mooie steen vind u niet’ zei ze al tikkend op de zwarte steen met gouden letters.
‘De Mof hebt hem toch nog een beetje te pakken’ stapte ze giechelend op mij af.
En als of haar overleden man het niet mocht of kon horen fluisterde ze in mijn oor.
‘Mijn schoonzoon heeft deze steen betaald’.
Samenzwerig keek ze mij aan.
‘En de grap is ook nog dat het Duits graniet is’.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 255


Voetje voor voetje
Taal | Column | 10 Maart 2009 | 21:40:21
 ‘Jij ziet er helemaal niet ziek uit’ zegt het meisje die voor mij is gaan staan met haar armpjes in haar zij.
Met haar hoofdje schuin kijkt zij mij met haar heldere blauwe kijkers aan.
‘Jij ziet niet bleek en jij hebt geen sjaal om, dus ben je niet ziek’ zegt ze resoluut.
Na deze beschouwing hinkelt ze in haar vrolijk gebloemd jurkje naar haar moeder die verderop in de wachtkamer met lichte schaam verdekt in een van de vele verlopen tijdschriften zit te bladeren.
Ook ik frummel wat met de bladzijden van een tijdschrift die je meestal opgestapeld vind in de wachtkamer van het huisartsencollectief.
‘Kijk mam, die meneer is helemaal niet ziek’ hoor ik haar tegen haar moeder zeggen.
‘Dat weet je toch niet Merel’ antwoord de moeder.
‘Wel waar, want hij is niet bleek en heeft geen snottebellen aan zijn neus’.
Automatisch schiet mijn hand richting mijn neus om te controleren of er inderdaad geen belletje uit een van de neusgaten dreigt te druppelen.
Merel komt weer voor mij staan en kijkt mij onderzoekend aan.
‘Ben jij wel ziek?’ vraagt ze met een zacht stemmetje waarin ik iets van medelijden hoor.
‘Ja een beetje, niet zo heel ernstig’ antwoord ik eerlijk.
‘Wat heb jij dan?’ klinkt het nieuwsgierig.
‘Ik heb een hele erge pijnlijke voet waar de dokter naar moet kijken’ zeg ik haar.
‘Ik ook, ik heb een hele grote drwat op mijn voet’ en met een wijze oogopslag kijk ze mij aan.
‘Die drwat moet weg en dat doet heel erg zeer, maar dat wordt dan weer beter’.
‘Dus eigenlijk ben jij ook niet ziek, je hebt ook geen druipneus en je ziet ook niet bleek’ wijs ik haar een beetje op haar plaats.
‘Maar wel een beetje, net als jij’.
En weer hinkelt ze naar haar moeder en ik zie dat het hinkelen komt door de, naar ik meen, wrat op haar voet.
Haar moeder heeft het tijdschrift weggelegd en tilt haar dochter op haar knieën.
Mijn naam wordt omgeroepen dus hinkel ik op mijn beurt langs de moeder met kind naar de spreekkamer.
‘Hij loopt net als ik’ hoor ik de kleine meid zeggen voordat ik de spreekkamer in loopt.
Het consult duurt langer dan ik gepland had want mijn blessure blijkt ernstiger dan ik dacht.
De pees van mijn voet in ontstoken en irriteert het hielbeen.
Een lastige injectie moet de zaak tot rust gaan brengen en de rust begint in de wachtkamer.
Na de behandeling wordt ik daarheen gedirigeerd.
Het medicijn moet even inwerken en na een poosje gecontroleerd werd mij bevolen.
‘Mooi’ dacht ik dan kan ik het tijdschrift nog uitkrijgen.
‘Kijk mam daar is tie weer’ ontvangt Merel mij blij.
Ik probeer zo soepel mogelijk langs haar te lopen, wat ogenschijnlijk ook lukt ook al schieten de tranen mij in de ogen.
Behoedzaam loopt ik voetje voor voetje, eigenlijk schuiffel ik maar een beetje, naar de stoel waar ik zat, deze blijkt bezet net als de rest.
Erg onhandig draai ik mij om en kan nog net een schreeuw onderdrukken en dat is maar goed ook want Merel volgt mij aandachtig.
‘Het gaat al goed hè’ en ze steekt haar twee duimpjes omhoog.
Als ik bijna bij haar ben gestrompeld wordt zij bij de dokter geroepen en kan ik plaats nemen op de warme stoel van haar moeder.
Afwezig door de zeerte van mijn behandeling blader ik in het maandblad die de moeder van Merel achter gelaten heeft.
Een blad dat de luxe van geïnterviewden laat zien, luxe die overdadig is en dat niemand eigenlijk zou moeten interesseren.
Maar het dood de tijd en voor ik het weet komt Merel, net als ik, voetje voor voetje weer de vrije wereld in.
Haar behandelde voet is ingetapet en in een fel gekleurde roze badslipper gemoffeld.
‘Zo jij hebt een mooie slof’ zeg ik tegen haar en ik zie vochtige ogen.
‘Deed het pijn?” vraag ik.
Sniffend schut ze van nee en ze zegt ‘een beetje.’
Ik steek mijn twee duimen omhoog en zeg dat ik heel trots op haar ben.
Haar moeder aait haar over de blonde haren en gaat naast mij zitten op de stoel van de vorige patiënt.
Na mijn controle en ontlag om naar huis te mogen gaan tref ik Merel nog in de wachtkamer aan.
‘Ik heb op jou gewacht’ zegt ze meelevend.
‘Kunnen we samen voetje voor voetje naar buiten’.
En dat doen we dan ook.
Samen slepen we voetje voor voetje door de automatische schuifdeur naar buiten.
Als ik bij mijn auto ben zwaai ik naar Merel die in de bak van de bakfiets zit.
Eigenwijs steekt zij allebei haar duimpjes omhoog.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 171


Ver. T.H.B.v/h D.V.D.H. (4)
Taal | Verhalen | 16 Februari 2009 | 17:52:34
 
De oprichting van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld (en andere respectabele hoofddeksels).
 
Ondertussen poedelde Dhr Berkelmans zijn warm gelaat boven het fonteintje in de afgesloten ruimte van het herensanitaire natte deel.
Zijn artistieke brilmontuur had hij daarvoor keurig en voorzichtig op de brede rand van de rijkelijk geglazuurde porseleinen wasbak gelegd.
Met druipend gelaat keek hij in de spiegel die er boven hing en zag een opgewonden vochtig gezicht.
‘Zo Berkelmans’ sprak hij tegen de verschijning tegenover hem, ‘zo jonge, nog even en het is een feit, een vereniging die zich inzet voor meer samenhang in de maatschappij, een vereniging die bijdraagt aan het respect van de mens in algemeen en de prominenten in het bijzonder’.
Hij pakte na deze woorden de handdoek en depte zijn gelaat met zachte hand af om te voorkomen dat het weer begon te gloeien.
Met beide handen pakte hij de zijkanten van zijn kleurrijke strik vast en trok het imago onderdeel van hem gladjes strak.
Uit zijn binnen zak haalde hij een zakkammetje en haalde dit kleinoot door zijn dunne haar.
Hierna sloeg hij met de handdoek de aanwezige en niet aanwezige pluizerij van zijn schouders, rechtte die en blikte nogmaals in de spiegel terwijl hij zijn zichthulpstuk van een beroemd merk weer op zijn neus terug plaatste.
‘Ziet er weer puik uit Berkelmans’ sprak hij wederom tegen zichzelf en draaide zich om, om zich naar de deur te begeven die de toegang naar de gang scheidde.
Maar voordat hij die bereikt had ging deze open en trad er een heer binnen die gekleed was in een kostuum die doorgaans in de keuken van een gerenommeerd of niet gerenommeerd restaurant werd en wordt gedragen.
‘Zo beste man’ sprak Dhr Berkelmans de persoon aan, ‘is u niet aan het verkeerde adres?
De binnen gekomen persoon hield de pas met een schok in en keek zijn spreker aan met een verbaasde frons die het voorhoofd van de man een uitgewrongen dweil deed lijken.
‘u bedoeld?’ vroeg de binnen gekomene.
‘Wel zoals ik het zei, is u niet aan het verkeerde adres, met andere woorden zijt ge niet verkeerd of wel heeft u niet de verkeerde gang genomen’ sprak Dhr Berkelmans streng.
‘Geenszins’ sprak de man tegen, ‘ ik weet zeker dat ik hier moet zijn en nog snel ook voordat er ongelukken gebeuren.’
En na deze uitleg stormde de man af op een van de deuren met een aanduiding dat, als men de knop omdraait, de ruimte geruime tijd bezet is.
Met een licht verontwaardiging voor het abrupt afbreken van een gesprek verdween de voorlopige voorzitter, van de vereniging in oprichting, door de deur die toegang verschafte naar de gang.
 
Nog bezig met het afgebroken gesprek ging de voorlopige voorzitter meer zijn neus achterna dan zijn vereniging die nog gespannen aan het discussiëren was om tot een unanieme beslissing te komen.
‘Boerenkool’ fluisterde Dhr Berkelmans in zichzelf en stapte snuffend de geur achterna.
In zijn hoofd verscheen een enorme pan met daarin boerenkool stampot.
Het water in zijn mond werd te veel en begon te druppen langs zijn mondhoeken zodat, om er nog respectabel uit te zien, het nodig was dat hij met vluchtige bewegingen zijn hoeken depte met de zakdoek die hij snel uit zijn broekzak te voorschijn haalde.
Aan het einde van de gang bevond zich de bedrijvige keuken van restaurant “de Gruitte Pet” en naar mate men dit kloppende hart van het etablissement naderde was de bedrijvigheid harder te horen.
De gongachtige geluiden van grote pannen, het geklingel van het zilveren bestek, getongel van de koekenpannen en het gesis en gespetter van alle gerechten in wording.
Hier tussendoor kon men het geschuifel en geroep horen van de koks met daarboven uit de harde stem van de chef die zijn brigade aan stuurde.
Dhr Berkelmans had de hele gang met zijn neus afgelopen en was aan gekomen bij de entree van het domein waar de chef, Dhr Geelwortel, de garde zwaaide.
Echter had Dhr Berkelmans, Dhr Geelwortel nog nooit ontmoet en Dhr Geelwortel nog nooit Dhr Berkelmans en kon dus Dhr Berkelmans niet weten dat Dhr Geelwortel zeer uit zijn humeur kon raken als normale burgers zijn domein betraden.
Anderzijds kon Dhr Geelwortel weer niet vermoeden dat Dhr Berkelmans niet toebehoorde aan de groep normale burgers.
Met deze onwetende spannende combinatie van beide partijen ontstond een even spannende situatie die hier verhaald zal worden en later in de kronieken van de vereniging Tot Het Bevorderen van het Dragen Van De Hoed in het straatbeeld zal doorgaan als een schoolvoorbeeld iemand en iedereen te overtuigen hoe belangrijk het dragen van het hoofddeksel is dat behoord bij een beroepsgroep.
Er zal zelfs een hoofdstuk aan geweid worden onder de noemer “Hoofddeksels per beroepsgroep” dat elk lid van de vereniging moet gaan beheersen.
 
Louis.

zie: groepslog.punt.nl
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 148


Home   weblog sinds: 2007-06-27

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl